Insolutions: Vraag btw op oninbare debiteuren tijdig terug!


Omzet factureren de meesten van ons met btw. En niet iedereen ontvangt direct de betaling. Dan kan het wel eens gebeuren: Die ene goede klant, waar je al jaren voor werkt en veel voor jou betekent komt in zwaar weer. De laatste opdracht is nog steeds niet betaald. Het ziet er niet naar uit dat dit nog gaat lukken.

Op het moment dat duidelijk is dat de betaling achterwege blijft is de btw vaak al afgedragen. Voor onbetaald gebleven debiteuren bestaat een recht op teruggaaf van deze btw.

Dat geldt voor alle ondernemers. Als een debiteur niet betaald zal snel gehandeld moeten worden. De teruggaaf moet uiterlijk worden gevraagd in de maand volgend op het aangiftetijdvak waarin vast komt te staan dat niet betaald zal worden.

Zo blijkt ook uit dit voorbeeld. Het gaat om een situatie van een faillissement maar ook in normale situaties is de conclusie van toepassing.

Een aannemer komt in zwaar weer. Hij verpand, in verband met een financiering, alle vorderingen aan de bank. In november 2012 gaat het definitief mis. Hij gaat failliet. Vervolgens komt de curator in beeld. De bank schakelt een incassobureau in om de openstaande vorderingen te innen en af te boeken op haar vordering op de aannemer. Op zich is nu nog niets aan de hand.

Afwachten

De curator wacht de acties van de bank af.

In maart 2014 stuurt het incassobureau de eindrapportage naar de curator. Van de debiteuren blijkt € 1.517.235 oninbaar. Vervolgens verzoekt de curator om teruggaaf van de btw over dit bedrag, zo’n twee ton. De inspecteur weigert de teruggaaf omdat de curator het verzoek te laat heeft gedaan.

Hij gaat in bezwaar (dat wordt afgewezen) en in beroep.

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant beslist dat er eerder gehandeld had moeten worden en dat de curator dus niet moet wachten. Zodra redelijkerwijs bekend was dat de voldoening door de debiteuren achterwege zou blijven had de curator de teruggaaf moeten vragen.

Punt is dat de curator al eerder wist dat de vorderingen onbetaald zouden blijven. Uit het faillissementsverslag van december 2013 blijkt namelijk dat de bank de incasso toen al had gestaakt. Hij had dus in januari 2014 om de teruggaaf moeten vragen. Kortom de curator was één kwartaal te laat.

Nieuwe wetgeving

Nu ziet deze uitspraak op de oude wetgeving die tot 1 januari 2017 geldend is. Op die datum is de oude regeling aangevuld. In de nieuwe regeling is opgenomen dat het recht op teruggaaf uiterlijk ontstaat één jaar nadat de vergoeding opeisbaar is geworden, kortom na afloop van de betalingstermijn. Het recht op teruggaaf ontstaat dan dus automatisch.

Is sprake van oninbare vorderingen uit 2016 die op 1 januari 2017 al die status hebben? Dan ontstaat voor deze specifieke groep vorderingen het recht op teruggaaf uiterlijk op 1 januari 2018 (overgangsrecht). Uiteraard zolang als de oninbaarheid niet definitief komt vast te staan in de loop van 2017. Want in dat geval moet de teruggaaf meteen in de maand na het tijdvak gevraagd worden.

Wanneer beslissen?

Natuurlijk bestaat beoordelingsvrijheid. Steeds moet bepaald worden of de vergoeding ook via de rechtsgang niet meer kan worden gevorderd. Is dat eenmaal duidelijk dan moet de teruggaaf uiterlijk worden gevraagd bij de eerst mogelijke aangifte. Dat is dus ook het geval als het recht automatisch is ontstaan.

Onze tip:

Niet betalende debiteuren? Kom in actie! Stel per oninbare debiteur vast wanneer de betaling niet meer binnen zal komen. Zorg voor het juiste traject en als duidelijk is dat de betaling niet meer te incasseren is vraag dan de btw direct in de maand na afloop van het aangiftetijdvak terug.

Bestaat de onduidelijkheid één jaar na afloop van de betalingstermijn nog steeds? Dien dan meteen een verzoek om teruggaaf in.

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 29

Uitspraak:

ECLI:NL:RBZWB:2017:4167

#failissement #BTW #Debiteuren

0 keer bekeken

© 2020 by Tax6 LLP  |