Het is Voorbij……..Voorbij……..


De landbouwvrijstelling in de BTW zal met ingang van 1 januari 2018 tot het verleden gaan behoren.

In dit artikel gaan wij kort in op de gevolgen voor de landbouwer en voor diens zakelijke relaties.

Historie De landbouwregeling kent haar oorsprong natuurlijk in de EU. In de BTW-richtlijn is aan de lidstaten overgelaten om een afzonderlijke regeling voor de landbouwsector te hanteren: de gemeenschappelijke forfaitaire regeling voor landbouwproducenten. Landbouwers op wie de regeling van toepassing is brengen ter zake van de onder de regeling vallende prestaties aan hun afnemers geen belasting in rekening. Zij kunnen worden ontheven van de administratieve verplichtingen en hebben geen recht op aftrek van voorbelasting. Landbouwers worden voor de bij hen drukkende voorbelasting gecompenseerd door hun afnemers of door de overheid. Wanneer de afnemer de compensatie aan de landbouwer betaalt en hij is aftrekgerechtigd, dan kan hij een forfaitair percentage van de prijs exclusief belasting in aftrek brengen. Bij de invoering van de nationale Wet OB 1968 werd besloten tot de introductie van een dergelijke bijzondere regeling voor landbouwers, ook omdat het ongewenst werd geacht om landbouwers te verplichten een btw-administratie te voeren. Voor afnemers werd een specifieke regeling inzake de vooraftrek in het leven geroepen. Om deze toe te kunnen passen was een zgn. landbouwverklaring vereist.

Waarom afschaffen? Door de modernisering van de landbouwsector die sindsdien heeft plaatsgevonden, verschillen landbouwers echter niet wezenlijk meer van andere ondernemers. De oorzaak wordt dus niet gevonden in de fiscaliteit, maar in de economie. Uit beleidsonderzoek inzake de Agro-, visserij-, en voedselketens blijkt dat de regeling onvoldoende bijdraagt aan de beleidsdoelen van de begroting van het Ministerie van Economische Zaken, te weten concurrerende, duurzame en veilige agro-, visserij- en voedselketens.

Is het een groot probleem? De landbouwregeling geldt voor agrariërs. Maar landbouwers kunnen opteren. In dat geval is de landbouwregeling niet op van toepassing en geldt voor hen de normale BTW regeling. Hebben veel landbouwers dat gedaan? Dat hangt er van af. Voor landbouwers bij wie de voordruk hoger is dan de totale forfaitaire aftrek bij hun afnemers is opteren aantrekkelijk gebleken. Dat geldt vooral ten aanzien van bedrijven waarin grotere investeringen zijn gedaan of die regelmatig leveringen binnen de EU uitvoeren. Er zijn dus nog al wat opterende landbouwers. Er bestaan zeker nog landbouwers die niet hebben gekozen voor de optie. In die gevallen is werk aan de winkel. Zij zullen tijdig een BTW nummer moeten aanvragen en een bijbehorende administratie moeten inrichten. Leveranciers van landbouwers krijgen te maken met een wijziging in het tarief. Er kan sprake zijn van te herziene BTW.

Is het een groot probleem? De landbouwregeling geldt voor agrariërs. Maar landbouwers kunnen opteren. In dat geval is de landbouwregeling niet op van toepassing en geldt voor hen de normale BTW regeling. Hebben veel landbouwers dat gedaan? Dat hangt er van af. Voor landbouwers bij wie de voordruk hoger is dan de totale forfaitaire aftrek bij hun afnemers is opteren aantrekkelijk gebleken. Dat geldt vooral ten aanzien van bedrijven waarin grotere investeringen zijn gedaan of die regelmatig leveringen binnen de EU uitvoeren. Er zijn dus nog al wat opterende landbouwers. Er bestaan zeker nog landbouwers die niet hebben gekozen voor de optie. In die gevallen is werk aan de winkel. Zij zullen tijdig een BTW nummer moeten aanvragen en een bijbehorende administratie moeten inrichten. Leveranciers van landbouwers krijgen te maken met een wijziging in het tarief. Er kan sprake zijn van te herziene BTW.

Wat zijn de gevolgen? Voor de landbouwer Vanaf 1 januari 2018 gelden de algemene btw-regels. Dit betekent dat btw verschuldigd wordt over de door u geleverde goederen en diensten. Tegelijkertijd bestaat een volledig recht op aftrek van voorbelasting. Elk kwartaal (of elke maand) zal een btw-aangifte gedaan worden op basis van een administratie die aan de wettelijke eisen voldoet. Datzelfde geldt voor de uit te schrijven facturen. Deze moeten aangepast worden. Dat is dus positief. Landbouwers worden meer en meer gezien als normale ondernemers waardoor de administratieve belasting ook meer genormaliseerd wordt.

Voor de afnemer Onder de landbouwregeling mochten zij een percentage (momenteel 5,4%) van de prestatie als voordruk in aftrek brengen. Afnemers van landbouwproducten krijgen met ingang van 1 januari 2018 te maken met normale facturatie (en de bijbehorende normale verwerking van de voorbelasting).

Voor de leverancier Bent u leverancier van broedeieren of gas? Of verricht u diensten als loonbedrijf, fokinstelling, keuringsbedrijf, verpakker, vervoerder, boekhouder of belastingadviseur van agrariërs? Dan hoeft u tot nu toe slechts het lage tarief van 6% omzetbelasting af te dragen. En de landbouwer heeft geen recht op de vooraftrek. Volgend jaar valt deze prestatie onder het hoge tarief. De landbouwer heeft daar overigens een voordeel bij. Hij betaalt weliswaar in eerste instantie 21% omzetbelasting, maar hij kan deze omzetbelasting volledig terugvragen. Kortom hij komt 6% goedkoper uit.

Overige aspecten

Vervallen van een belangrijk beleidsbesluit Afschaffing van de landbouwregeling heeft eveneens tot gevolg dat het beleidsbesluit «Omzetbelasting. Landbouw» met ingang van 1 januari 2018 zal worden ingetrokken. Deze belangrijke regeling omvat ook de veehoudersregeling. Met betrekking tot die onderdelen die hun bestaansrecht niet direct ontlenen aan de landbouwregeling zal door de wetgever nog nader worden bezien of deze eventueel moeten worden opgenomen in andere beleidsbesluiten.

Overgangsrecht De bestaande situaties moeten onder de nieuwe bepalingen worden gebracht. De landbouwer die tot 1 januari 2018 onder de landbouwregeling valt en btw in rekening gebracht krijgt in verband met de aanschaf van goederen en diensten, kan deze btw niet in aftrek brengen. Deze landbouwer valt vanaf 1 januari 2018 onder de toepassing van de algemene btw-regels en zal alsnog in aanmerking willen komen voor de niet genoten aftrek met betrekking tot

  1. investeringsgoederen die vóór 1 januari 2018 in gebruik zijn genomen en

  2. goederen en diensten (inclusief investeringsgoederen) die op 1 januari 2018 nog niet in gebruik zijn genomen.

1. Volgens de bestaande herzieningsregels is het voor investerings-goederen die vóór 1 januari 2018 in gebruik zijn genomen niet mogelijk om de aftrek in één keer te herzien, maar wordt de herziening over een aantal jaren gespreid. Dit wordt nu bij uitzondering anders opgelost. De landbouwer mag deze herziening alsnog in één keer uitvoeren voor de resterende herzieningsperiode in het eerste belastingtijdvak van 2018.

2. Zijn goederen en diensten vóór 1 januari 2018 aangeschaft, maar op 1 januari 2018 nog niet in gebruik zijn genomen dan wordt de aftrek in het eerste belastingtijdvak van 2018 toegepast overeenkomstig de bestemming van deze goederen en diensten. Dus al met al goed nieuws? Ja en nee. De afschaffing past bij de maatschappelijke ontwikkeling die Nederland heeft doorgemaakt sinds de invoering van de regeling in 1968. Voor bedrijven die nog gebruik maken van de regeling is op korte termijn actie vereist. Uiteindelijk zal de normalisatie leiden tot een betere integratie van agrarische bedrijven in het fiscale stelsel. Met alle voor- en nadelen van dien.

#BTW #agrofiscaliteit

0 keer bekeken

© 2020 by Tax6 LLP  |